‘Gepest’

Aan mijn pesters en de meelopers,

Ik schaam me.

Ik schaam me, omdat ik mij heb laten beledigen, kleineren.
Ik schaam me, omdat ik mij heb laten buiten sluiten, mij heb laten verraden.
Ik schaam me, omdat ik over mij heen heb laten lopen.
Ik schaam me, omdat ik mij zo heb laten behandelen door jou.

Het is 5 jaar geleden. Uit het oog, uit het hart zou je zeggen. Maar niks blijkt minder waar.
Tot nog niet zo lang geleden wilde ik niet naar bepaalde plekken, omdat ik geen zin had om jou tegen te komen. Ook ben ik onzeker als mensen smoezen in gezelschap. Ik ben dan bang dat het over mij gaat.

Grotendeels heb ik de gebeurtenissen verdrongen.

Wat ik mij nog wel goed kan herinneren is dat ik niet meer naar school durfde.
Ik zat ’s ochtends op de fiets met pijn in mijn buik. Ik vroeg mij af wat er zou gaan gebeuren.
Het liefst ging ik nooit meer naar school.

Na schooltijd bleef ik langer in het gebouw. Ik keek uit het raam of jullie weg waren. Het gebeurde namelijk regelmatig dat de uitgang van het schoolplein geblokkeerd werd, zodat ik er niet langs kon. Daar stond ik dan, met mijn fiets. Jullie deden net alsof ik er niet was en bleven staan waar jullie stonden.

Ik werd nooit gekozen met gym.
De deur van de kleedkamers werden op slot gedaan, zodat ik mij niet om kon kleden.

Blijkbaar was het grappig om mijn tas te verstoppen.

Wat ik ook nog weet is dat ik mijn spreekbeurt hield. Ik keek naar jullie ruggen, want die hadden jullie mij toegekeerd. Jullie waren met van alles bezig, behalve met het luisteren naar mij. En de lerares? Die zat er bij en keek ernaar.

Ik wist niet welke houding ik aan moest nemen. Bij wie ik moest staan in de pauze. Wat ik ook deed, ik werd toch belachelijk gemaakt.

Het was een kleine school. Iedereen wist wat er gaande was, maar niemand deed iets. Dat neem ik de school kwalijk.

De opmerkingen, blikken en het gelach. Opeens wordt het weer helder. Maar vooral mijn machteloosheid voel ik weer.

Ik vraag mij af waarom jullie dit hebben gedaan. Misschien deden jullie het, omdat jullie bang waren om zelf gepest te worden. Je hebt gelijk, dat wil je niet. Maar dat geeft je nog niet het recht om mij op deze manier te behandelen.

Ik weet dat ik zelf ook geen heiligboontje ben geweest. Ik heb ook bewust mensen gekwetst. Alleen heb ik, in tegenstelling tot jullie, wel het lef gehad om mijn excuses aan te bieden.

Ik loop weer met mijn hoofd omhoog en ik durf weer te zijn wie ik ben.
Ook weet ik dat ik mij niet hoef te schamen, maar jij voor jouw gedrag.

Wie de schoen past, trekt hem aan.

Ellie

Meer lezen van Ellie? Kijk dan op haar blog.

‘Hey, jij daar!’

Hey, jij daar!
Ja, jij ..
er word gepraat,
mensen om hem heen,
rondom de hele straat,
er wordt gekeken,
naar die ene,
ja, die ene die praat,
en hevig grof op een drum tekeer gaat,
het wordt stil,
niemand praat,
er ontstaat stilte,
de stilte voor die ene die daar staat,
hij uit zijn gevoel,
hij voelt, hij schreeuwt, hij huilt, hij uit wat hem is aangedaan,
wat de omgeving heeft gedaan,
iedereen mag het weten,
het mag niet worden vergeten,
PESTEN!
komt uit zijn mond,
hij grijpt naar de grond,
naar het gras,
hij loopt rechtuit,
hij kijkt naar een vrouw,
een man, een jongetje,
hij verteld,
PESTEN!
Nee, dat moet stoppen,
al die pestkoppen,
die moeten ze stoppen.
hij verteld,
zijn verhaal zijn verleden,
vroeger,
ik ben mijn hele leven gepest,
heel mijn basisschool jaren,
wat een verschrikkelijke gedachtes vliegen rond,
nee, dit gaat stoppen.
dit gaat niet meer rond,
ik, zegt hij,
ik wou niet meer, ik heb gehuild, ik was gesloopt, ik was bang,
mijn gedachtes, mijn geest waren sterker,
doorgaan!
maak jezelf sterk, zoek hulp!
pak wat je pakken kan,
want waar ik nu sta,
met dit verleden achter mij,
het achtervolgt mij,
maar ik sluit het af,
ik heb mijn plek gevonden,
ik ben sterker geworden,
kom voor mijzelf op,
maar voor dat pesten,
daar zijn maar 2 woorden voor,
die uitgesproken MOETEN worden,
STOP PESTEN!

– Liza van Duijn

‘Pesten, wat een narigheid!’

Op het schoolplein in het speeluur
Maakten ze hem het leven zuur
Iedere dag weer was het pesten
Leren kon hij als de beste
Maar voetballen dat kon hij niet
Ze vonden hem een saaie piet
Daarom bleven ze steeds aan de gang
Het was gewoonte, een soort drang
Schoppen, slaan, het kon niet op
Altijd kreeg hij op zijn kop
Nu was hij ziek en zagen ze hem niet
Wat zou er met hem zijn, die saaie piet
Tot op de dag dat het berichtje kwam
Toen schrokken ze zich werkelijk lam
Door zijn ziekte kon hij zich niet meer bewegen
Dat had toch niet aan hun gelegen?
Ze waren stil en hadden spijt….
Pesten, wat een narigheid!

– Yoerie Peters

‘Wat doet pesten’

‘Wat doet pesten’

In het begin heeft men meestal; geen idee
Maar eigenlijk zit iemand er mee
Men kleineert je tot op het bot
Je laat het niet zien, maar je gaat er aan kapot

Pesten, Treiteren en kleineren
Bij mij bleef men het ook altijd proberen
Ik ging er flink aan onderdoor
ik belande regelmatig op een doodspoor

Ik sta er misschien nu nog
Maar zo iets gun je niemand toch?
Een leven waarin jezelf niet durft te zijn
en eigenlijk je groot voelen , maar door het getreiter blijf je maar klein

– Miesmuis

‘Fock mijn leven’

‘Fock mijn leven’

Fock mijn leven
Ik heb al zo veel gegeven
Nooit was het genoeg
Het was nooit iets waar ik om vroeg
Gepest worden
Gekleineerd tot op het bot
Ik ging van binnen enorm kapot
Men had geen idee
Maar het sleurde me mee

Afgewezen worden
Om een bril
Telkens weer dat gedril
Met je bent het niet waard
Heeft men me ooit wel eens gespaard

Dromen laten gaan
Om niet in de regen te staan
Mezelf de pijn gegeven
Die op mijn leven stond geschreven

Littekens binnen en buiten
Ik ben geen kei in emoties uiten
Maar ik heb er over leven schrijven
Om toch op de been te blijven

Ik moest iets
Anders stond ik met lege handen
En had ik helemaal niets

Ik ging de uitdaging aan
Om met mijn gebreken aan de slag te gaan
Ik ging door het diepe heen
Tot er ergens een beetje zon voor me scheen

Pesten, treiteren
En discrimineren op een bril
Ik noemde jou toch ook heen vogelverschrikker
Oops i did want ik ben nu niet langer de pikker
Je bent voor mij het verleden
Waar ik over spreek met het woord ontevreden

Ik sta er nu nog
En je weet toch
Nu je me een beetj kent
Dat ik misschien wel eens ben weg gerend
Maar er altijd weer stond
Zeg me wie ook zo was
Of zwijg je vanaf nu met al je tanden in je mond

Het is misschien hevvie shizzle
Maar dit draait nu niet om geskizzle
Dit draaid om mijn leven
Want ook al heb ik het ooit eens geprobeerd
Ik zal het niet snel nog op geven!

– Miesmuis