Het verhaal van Monica

Monica
Monica
Monica

Wanneer houd het nou een keer op na al die jaren. Ik huilde mezelf elke nacht in slaap en sloeg elke dag met mijn hoofd tegen de muur. Ik was zo boos en verdrietig.

De pesterijen begonnen in groep vier. Ik bleef zitten en kwam in een andere klas. Ik was een rustig, onzeker, eerlijk en gelukkig meisje. Ik genoot van het leven. Totdat ik werd opgemerkt door een paar meiden uit mijn nieuwe klas. In eerste instantie dacht ik, oh wat leuk nieuwe vriendinnen. Maar al snel werd mij duidelijk dat dat niet hun bedoeling was. Het begon met woorden: Ik had clowns kleren aan, mijn hoofd was een luchtballon, Ik had anorexia en schapen haar. Ook zat ik op ballet en dat vonden ze helemaal niks. Terwijl ballet alles betekende voor mij. Dit kon ik goed en hier vond ik mijn rust. Met trots vertelde ik over deze passie, maar al snel verdween deze trots. Ze vonden me een suf ballet meisje. Ik werd onzeker en begon te twijfelen. Uiteindelijk stopte ik met ballet. Waar ik tot en met de dag van vandaag nog steeds spijt van heb. Nu dacht ik dat het wel minder zou worden, maar helaas. Ik zat op circus les, dit hield ik geheim, want anders gingen ze me hier mee pesten. Ik kneusde daar mijn enkel en moest met krukken lopen. Op school vertelde ik dat ik van de trap was gevallen. Tijdens de pauze trapte ze tegen mijn enkel aan en zeiden dat ik in de weg stond. Ik ging kapot van de pijn en door mijn tranen heen zei ik sorry. De dag er na hadden we gym. Ik liet mijn krukken in de kleedkamer en hinkelde naar de gymzaal. De gymlessen waren altijd vreselijk. Altijd werd ik als laatste gekozen en als ik pech had hadden ze mijn kleren nat gemaakt. Eindelijk was de gymles voorbij. Ik wachtte totdat iedereen gekleed was en ging de kleedkamer in. Ik wilde mijn krukken pakken, maar deze waren weg. Ik zocht overal maar kon ze nergens vinden. Ik besloot maar hinkelend naar huis te gaan. Eenmaal buiten zag ik mijn krukken in de bosjes liggen.

We gingen weer met dezelfde klas naar groep vijf. En daar begon de echte hel. Weer werd ik elke dag uitgescholden, buitengesloten en getreiterd. Op een gegeven moment moest ik langer op school blijven om op te ruimen. Toen ik klaar was liep ik rustig naar buiten. Nietsvermoedend pakte ik mijn fiets en liep het schoolplein af. En opeens komt er een groep van 6 meiden aan fietsen. Oh nee daar zijn ze weer. Het zweet brak me uit en mijn hart ging tekeer. Ze stonden voor me en scholden me uit. Ze spuugden op me en trapten tegen mijn fiets. Ik probeerde weg te gaan maar het lukte niet. Ze trapten steeds harder en ik viel van mijn fiets. Ze stonden op mijn fiets te springen. Mijn eerste nieuwe fiets die ik vorige week gekregen had. Ze stopten en fietsten weg. Snel pakte ik mijn fiets en reed naar huis. De tranen rolden over mijn wangen, maar ik wilde niet huilen want niemand mocht weten dat ik werd gepest. Al snel kwamen ze weer achter me fietsen ze scholden me weer uit en zeiden dat ik maar lekker moest huilen en dood gaan in mijn tranen. Eenmaal thuis had mijn moeder in de gaten dat er iets was. Ik vertelde kort dat ik achtervolgt was. Mijn moeder schrok en belde meteen naar school. De juf beloofde de volgende dag met ze te gaan praten. En mijn moeder zou me voortaan ophalen van school. Uiteindelijk had de juf geen actie ondernomen. Er werd een jongen uit de klas verliefd op mij. Hier konden ze niet tegen, want dit was de leukste jongen van de klas. Ze vertelde leugens over mij en scholden me uit voor hoer.

Eindelijk was het weer vakantie, maar nu geen rust. Want de pesterijen gingen door op msn en internet. Ze scholden me uit en ik kreeg dreig filmpjes gestuurd die ze hadden gemaakt. Ik werd doods bang en kon niet meer slapen.

Met buikpijn ging ik naar groep 6. Ze vertelde me dat als ik dit jaar niet ging pesten ze alles van me af gingen pakken. Ik was bang, maar deed wat ze zeiden. Het begon met schelden, maar al snel moest ik mijn beste vriendin haar fiets kapot maken. Ik kon het niet, ze trokken aan mijn haar. Ik had geen keus en deed wat ik moest doen. De volgende dag riep de juf mij bij haar. Ze vroeg waar ik mee bezig was. Ik barste in tranen uit en vertelde haar over alle pesterijen. Ze schrok heel erg, maar ze had al een vermoeden. Ik moest het goed maken met mijn vriendin. En ze vergaf het me. Ze zag dat ik geen keus had en steunde me. Toen ik thuis kwam vroeg mijn moeder waarom de juf had gebeld. Ik aarzelde en vertelde haar dat ik mensen had gepest. Ze werd heel kwaad. Even werd alles zwart voor mijn ogen en ik wist het niet meer. Ik was zo’n slecht mens hoe kon ik zoiets doen. Ik dook mijn bed in en huilde mezelf in slaap. Opeens werd ik door mijn ouders wakker gemaakt. De juf had gebeld. Ze vond het vreselijk voor me en begreep het. Ze zou er alles aan doen om het pesten te stoppen. Ze bedacht “de complimentendoos”. Hier kon je complimenten ingooien voor elkaar. Ik kreeg eindelijk complimenten, maar kon het niet geloven. Maar al snel werd ik ook op deze manier uitgescholden. Ik ging kapot van vernedering iedere dag.

Het jaar daarna in groep 7 ging ongeveer het zelfde. Ik werd in de struiken geduwd en ze sloten me buiten. Ook het schelden ging op allerlei manieren door. Met gym sloten ze me elke keer op in het toilet. Het was vreselijk. Wanneer houd het nou een keer op na al die jaren. Ik huilde mezelf elke nacht in slaap en sloeg elke dag met mijn hoofd tegen de muur. Ik was zo boos en verdrietig. Maar als ik over de drempel van mijn kamer stapte zette ik mijn masker weer op. Het vrolijke maar kwetsbare masker. Vaak had ik het met mijn ouders er over om een nieuwe school te zoeken. Maar ik durfde niet. Dan moest ik me voor gaan stellen. En gingen ze me vast uitlachen. Na al vier jaar gepest te worden zou dit laatste jaar vast nog wel lukken.

Het was zover we gingen naar groep 8. Weer die ellendige buikpijn elke dag. De pesterijen gingen weer zoals altijd door. Maar weer een stapje heftiger. Ik weet nog goed. Ik zat aan mijn tafeltje Rekensommen te maken. En opeens trok iemand mijn stoel onder me vandaan. Ik viel en de tranen sprongen in mijn ogen van de pijn en vernedering. Ik hoorde iedereen lachen. Ik ging kapot. En alsof het niet erger kon zei de meester dat ik moest doorwerken en niet zo moest huilen. Ik probeerde zo vaak mogelijk ziek thuis te blijven, want ik kon gewoon mijn bed niet meer uitkomen. Elke keer weer die kwetsende woorden. Ik begon ze te geloven. Ik ben ook waardeloos, ik kan niks en ik ben lelijk. Het ging weer het hele jaar zo door. Eindelijk was het vakantie en ik hoefde niet meer naar deze rot school. Ik heb alle foto’s en spullen verscheurd en weggegooid. Ik wilde verder en alles vergeten.

Maar zo makkelijk ging dat niet. Ik had het heel erg naar mijn zin op de middelbare school, maar al snel nam mijn faalangst de overhand. Ik leerde keihard maar toch elke keer onvoldoendes. Ik werd boos. Waarom ben ik nou zo gepest en hebben ze mijn hele leven kapot gemaakt. In het tweede en derde jaar werd dit mij te veel. Ik werd zwaar depressief. Ik begon mezelf te snijden in mijn enkels en later mijn polsen. Ik zag alles zwart. Ik had elke nacht nachtmerries over alle pesterijen. Op een gegeven moment in de derde werd het echt allemaal te veel ik had weer een 1 en ik voelde me zo alleen. Toen heb ik meteen uit school mijn fiets gepakt en ben naar het bos gefietst. Ik heb geschreeuwd en gehuild. Ik plofte neer in de natte bladeren en dacht na. Wat moet ik. Toen heb ik weer mijn fiets gepakt en ben naar het spoor gefietst aan de rand van het bos. Dit was de enigste oplossing. Ik heb langs het spoor gezeten. Maar toch kon ik het niet. Ik durfde niet. Dit gevoel heeft mijn leven gered. De volgende dag op school vroeg iedereen zich af wat er met mij was. Een vriendin pakte mijn handen vast en zag de snee├źn. Ze wist meteen hoe laat het was en bracht me naar de vertrouwenspersoon op school. Zij heeft mij geholpen te stoppen met snijden en er weer bovenop te komen. Hier ben ik heel dankbaar voor.

Het is nu inmiddels 5 jaar geleden. Maar nog elke dag denk ik aan vroeger. Vaak heb ik nog nachtmerries. Maar ik weet nu mijn gevoel onder controle te houden en ik ben gelukkig met mijn leven nu. Ik vind nu de rust in het dichten. Zo kan ik mijn pijn van me af schrijven. Soms kom ik nog mijn pesters tegen en dan lachen ze me uit. Dan voel ik me weer even zoals vroeger. Maar dit kan ik vrij snel weer loslaten. Ik zal altijd met de littekens blijven leven, letterlijk en figuurlijk. Ik kan nu dankbaar zijn voor de persoon die ik nu ben. Ik denk nooit waarom ik want een ander had ik dit ook niet gegund. Ik hoop dat pesten ooit stopt. En als je wordt gepest. Alsjeblieft zoek hulp, want alleen kom je er niet doorheen. Er zijn altijd mensen die je willen helpen! Ook mijn deur zal altijd openstaan voor slachtoffers.

Monica Pol.